Buitenlandse werknemers

Top  Previous  Next

 

 

Buitenlandse werknemers

 

Voor het in dienst nemen van buitenlandse werknemers gelden speciale regels. Deze regels staan in de Wet Arbeid Vreemdelingen en de Wet op de Identificatieplicht. Een werkgever moet eerst alles proberen om werknemers te werven uit Nederland of uit de Europese Economische Ruimte (EER). Op precies te zijn, zijn dit de volgende landen:

Nederland, België, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Groot-Brittannië, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Liechtenstein, Malta, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, IJsland, Zweden, Zwitserland. De landen Roemenië en Bulgarije vallen dus niet onder de EER. Voor deze EU-landen gelden (nog) afwijkende regels.

Lukt het na vijf weken niet om een vacature in te vullen, dan mag de werkgever iemand van buiten de EER in dienst nemen. In dat geval moet er wel voor die persoon een tewerkstellingsvergunning aangevraagd worden en moet de vreemdeling een geldige verblijfstitel hebben.

De werkgever heeft de verplichting om de buitenlandse werknemer naar een geldig, origineel identiteitsbewijs te vragen en hiervan een kopie te bewaren in de (personeels)administratie. Ook als een buitenlandse werknemer via een uitzendbureau of onderaannemer werkt. Ook het nummer en het soort identiteitsbewijs moet door de werkgever in de (loon)administratie geregistreerd worden. Het is ook voor werkgevers van belang dat zij hun buitenlandse werknemers wijzen op het feit dat in Nederland iedereen zich met een geldig identiteitsbewijs moet kunnen identificeren. Een geldig identiteitsbewijs kan zijn:

 

•        Nederlands paspoort

•        Paspoort van een van de EER-landen

•        Europese identiteitskaart

•        Niet-Nederlands paspoort waarin door de Vreemdelingendienst een vergunning tot verblijf is aangetekend

•        Een ander geldig vreemdelingendocument

 

Let op: een rijbewijs is geen geldig identiteitsbewijs voor een buitenlandse werknemer, omdat daar niet de nationaliteit en verblijfstatus op staan.

 

Op zich zijn de hierboven genoemde werkgeversverplichtingen niet moeilijk na te leven. Het is meer een kwestie van consequent handelen. Tenslotte moeten de eigen werknemers zich ook kunnen identificeren en dient in de (loon)administratie van hen ook een kopie van een geldig identiteitsbewijs aanwezig te zijn. Wat nog wel eens in Nederland mis is gegaan is de beloning van de buitenlandse werknemers. Weliswaar ging het vaak om misstanden in de agrarische sector, maar dat wil niet zeggen dat deze misstanden ook niet ergens anders voor kunnen komen. Buitenlandse werknemers met tewerkstellingsvergunning hebben ook rechten en een daarvan is dat zij recht hebben op het geldende cdao-loon of een marktconform loon. Werkt iemand slechts enkele dagen of weken, dan betaalt u een inkomen gelijk aan het wettelijk minimumloon voor een hele maand.

Als werkgever is het van belang om zich te realiseren dat diegene die zich niet aan de wet houdt een boete van de Arbeidsinspectie kan verwachten van € 8.000,- per illegaal tewerkgestelde vreemdeling. In het kader van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen – een beleidsveld welke onze bedrijfstak ook onderkent – is het niet meer dan normaal dat er fatsoenlijk wordt omgegaan met buitenlandse werknemers en hun rechten worden gerespecteerd.

Er is zijn nog twee andere belangrijke aspecten waar werkgevers van doordrongen moeten zijn: meestal zijn buitenlandse werknemers de Nederlandse taal niet goed machtig. Hierdoor  kunnen er communicatieproblemen optreden, of fouten of vertraging in de productie. Ook kunnen er spanningen, conflicten of onbegrip ontstaan tussen Nederlandse en buitenlandse werknemers. Om deze problemen te tackelen is het dus van belang om aandacht te besteden aan instructie en opleiding van anderstaligen en een gezonde en goede samenwerking tussen Nederlandse werknemers en buitenlandse werknemers (diversiteitbeleid). Onder diversiteit verstaan we alle aspecten waarop mensen van elkaar verschillen. De zichtbare dingen - zoals leeftijd en huidskleur - en de minder zichtbare dingen als culturele en sociale achtergrond, competenties en werkstijlen.