Drukken Offset

Top  Previous  Next

 

 

Drukken offset vellen

 

De offsetdruktechniek kent twee grote 'technische' stromen: de vellen (of plano) offset en de rotatieoffset. Vellendrukkerijen zijn qua bedrijfsomvang meestal overwegend niet heel groot. Typische MKB-bedrijven, met gemiddeld 10-15 werkzame personen, maar wel met een high tech machinepark. Rotatiedrukkerijen zijn juist weer groter van aard (50+ bedrijven). Een beetje rotatiepers van formaat is werkelijk huizenhoog en - in productie - voor veel bezoekende scholieren/studenten best 'imponerend'. Drukwerk dat bij de vellendrukkerijen geproduceerd wordt is het typische familiedrukwerk, maar ook handels- en reclamedrukwerk in kleinere oplagen. Rotatiedrukkerijen produceren weer de bekende krant die bij u elke ochtend op de deurmat valt, reclamedrukwerk of boeken in hele grote oplagen.

Offset kent - in tegenstelling tot boekdruk (hoogdruk), of diepdruk (het beeld ligt verdiept) - geen 'hoogteverschillen'. Bij offsetdruk ligt het beeld dus op gelijke hoogte met de niet drukkende delen van de drukvorm. Het wordt daarom ook wel vlakdruk genoemd.

Middels een volledig vlakke plaat wordt, via een heel complex inkt- en vochtrollensysteem, inkt en water op precies de juiste plaats op het papier gerold. Op de plaats waar het beeld gedrukt moet worden is de offsetplaat 'inktminnend' en vice versa zijn die delen van de plaat waar geen inkt mag komen juist weer waterminnend. Weet u nog wel: vet en water gaan niet samen. Hoe werkt dit nu precies?

De offsetplaat wordt eerst bevochtigd met water; het vettige drukbeeld stoot het water af en blijft vet. Direct daarop draait de cilinder onder een inktrol door. Het natte deel van de plaat stoot de inkt dus af en het vette drukbeeld neemt de inkt juist aan. U zou nu het met inkt bedekte drukbeeld al op papier kunnen afdrukken, maar de offsetpers doet het anders. Er draait in die pers nog een cilinder rond, die bekleed is met een rubberen doek, de  rubberdoekcilinder geheten. Het drukbeeld wordt daarop van de ingeïnkte plaat overgenomen.

Deze rubberdoekcilinder brengt uiteindelijk het drukbeeld over op het papier. Het beeld wordt dus, van de plaatcilinder via de rubberdoekcilinder 'overgezet' op het papier. Daarom spreken we van 'offset'. In principe zouden we ook zonder rubberdoekcilinder kunnen drukken, maar dan moet het drukbeeld op de offsetplaat in spiegelbeeld aangebracht worden, anders zou het niet leesbaar zijn. Daarom dus een extra tussenrol: de leesbare offsetplaat maakt een onleesbare afdruk (in spiegelbeeld) op het rubberdoek en het rubberdoek maakt weer een leesbare afdruk op het papier. Best complex (want dat is offset), maar wel logisch.

 

clip0245

Figuur: schematische weergave van het offsetdrukprocedé

 

Het water dat bij het drukken gebruikt wordt, wordt binnen de offsetdruktechniek 'vochtwater' genoemd. Vochtwater bestaat uit een samenstelling van verschillende middelen, waarvan water natuurlijk het leeuwendeel beslaat: tussen de 85 en 95%. Maar er worden ook speciale additieven aan het water toegevoegd. Dit zijn vaak hele speciale vloeistoffen, die er voor zorgen dat er bijvoorbeeld geen algengroei in het water kan ontstaan. Of speciale corrosieremmers, die er voor moeten zorgen dat de drukpers niet gaat roesten. Want, zoals u weet gaan water en ijzer ook niet goed samen.

Maar nu komt het: als vochtwateradditief wordt óók nog een ander additief - een alcohol - toegevoegd. U zult begrijpen dat het juist deze stof is, waar het binnen de offset om te doen is. Dit is overigens niet de alcohol zoals u en ik die buiten werktijd nuttigen, maar een andere – niet drinkbare – soort: Iso-propylalcohol, of kortweg IPA geheten.

 

IPA is een zeer vluchtige vloeistof met een vlampunt van maar 12°C, wat inhoudt dat deze stof al bij deze temperatuur – in de buurt van een ontstekingsbron – tot ontbranding overgaat. En door zijn lage dampspanning (dus het snel vervluchtigen) is IPA in te hoge concentraties ook nog eens schadelijk voor de werknemers die ermee in aanraking komen.

 

Binnen de RI&E Grafimedia zijn de volgende werkplekken en/of machines (op alfabetische volgorde) aan dit bedrijfsproces toegekend:

 

•        Enveloppenfeeder

•        Degelautomaat (t.b.v. indrukken)

•        Foliedrukpers (veredeling)

•        Hoogdrukcilinderautomaat (t.b.v. indrukken)

•        Inktmenger/-mixer

•        Inktmengmachine / -carrousel

•        Offsetpers – vellen

•        Offsetpers – vellen (met IR-droging)

•        Offsetpers – vellen (met UV-droging)

•        Plaatvouwer en/of ponsmachine

•        Stapelkeerder

•        Vacuümtrekker (Vacumatic)

 

clip0246

 

Drukken hoogdruk (boekdruk)

 

 

De regelzetmachine deed zijn intrede rond 1890 vanuit Amerika (Intertype) en Europa (Linotype). Deze regelzetmachines konden complete regels gieten. Dat was in die tijd een enorme versnelling van het drukproces, mede omdat het gebruikte zetwerk niet weer hoefde te worden teruggelegd (gedistribueerd) in de letterkasten. Voor krantenkoppen gebruikte men de Ludlow. Vanaf begin jaren zeventig van de vorige eeuw maakte de boekdrukkunst steeds meer plaats voor vlakdruk (offset- en rotatiedruk), omdat lood het af moest leggen tegen fotozetmachines en Desktop publishing (DTP) aan haar opmars begon.

Boekdruk (hoogdruk) wordt nog slechts zelden toegepast. Het is nu een liefhebberij van hobbyisten, toegepast voor gelegenheids-, grafiek- of bibliofiele producties.

 

Binnen de RI&E Grafimedia zijn de volgende werkplekken en/of machines (op alfabetische volgorde) aan dit bedrijfsproces toegekend:

 

•        Degelautomaat (t.b.v. indrukken)

•        Foliedrukpers (veredeling)

•        Hoogdrukcilinderautomaat (t.b.v. indrukken)

 

clip0247

 

Drukken offset rotatie

 

De offsetdruktechniek kent twee grote 'technische' stromen: de vellen (of plano) offset en de rotatieoffset. Vellendrukkerijen zijn qua bedrijfsomvang meestal overwegend niet heel groot. Typische MKB-bedrijven, met gemiddeld 10-15 werkzame personen, maar wel met een high tech machinepark. Rotatiedrukkerijen zijn juist weer groter van aard (50+ bedrijven). Een beetje rotatiepers van formaat is werkelijk huizenhoog en - in productie - voor veel bezoekende scholieren/studenten best 'imponerend'. Drukwerk dat bij de vellendrukkerijen geproduceerd wordt is het typische familiedrukwerk, maar ook handels- en reclamedrukwerk in kleinere oplagen. Rotatiedrukkerijen produceren weer de bekende krant die bij u elke ochtend op de deurmat valt, reclamedrukwerk of boeken in hele grote oplagen.

Offset kent - in tegenstelling tot boekdruk (hoogdruk), of diepdruk (het beeld ligt verdiept) - geen 'hoogteverschillen'. Bij offsetdruk ligt het beeld dus op gelijke hoogte met de niet drukkende delen van de drukvorm. Het wordt daarom ook wel vlakdruk genoemd.

Middels een volledig vlakke plaat wordt, via een heel complex inkt- en vochtrollensysteem, inkt en water op precies de juiste plaats op het papier gerold. Op de plaats waar het beeld gedrukt moet worden is de offsetplaat 'inktminnend' en vice versa zijn die delen van de plaat waar geen inkt mag komen juist weer waterminnend. Weet u nog wel: vet en water gaan niet samen. Hoe werkt dit nu precies?

De offsetplaat wordt eerst bevochtigd met water; het vettige drukbeeld stoot het water af en blijft vet. Direct daarop draait de cilinder onder een inktrol door. Het natte deel van de plaat stoot de inkt dus af en het vette drukbeeld neemt de inkt juist aan. Je zou nu het met inkt bedekte drukbeeld al op papier kunnen afdrukken, maar de offsetpers doet het anders. Er draait in die pers nog een cilinder rond, die bekleed is met een rubberen doek, de  rubberdoekcilinder geheten. Het drukbeeld wordt daarop van de ingeïnkte plaat overgenomen.

Deze rubberdoekcilinder brengt uiteindelijk het drukbeeld over op het papier. Het beeld wordt dus, van de plaatcilinder via de rubberdoekcilinder 'overgezet' op het papier. Daarom spreken we van 'offset'. In principe zouden we ook zonder rubberdoekcilinder kunnen drukken, maar dan moet het drukbeeld op de offsetplaat in spiegelbeeld aangebracht worden, anders zou het niet leesbaar zijn. Daarom dus een extra tussenrol: de leesbare offsetplaat maakt een onleesbare afdruk (in spiegelbeeld) op het rubberdoek en het rubberdoek maakt weer een leesbare afdruk op het papier. Best complex (want dat is offset), maar wel logisch.

 

clip0248

Figuur: schematische weergave van het offsetdrukprocedé

 

Het water dat bij het drukken gebruikt wordt, wordt binnen de offsetdruktechniek 'vochtwater' genoemd. Vochtwater bestaat uit een samenstelling van verschillende middelen, waarvan water natuurlijk het leeuwendeel beslaat: tussen de 85 en 95%. Maar er worden ook speciale additieven aan het water toegevoegd. Dit zijn vaak hele speciale vloeistoffen, die er voor zorgen dat er bijvoorbeeld geen algengroei in het water kan ontstaan. Of speciale corrosieremmers, die er voor moeten zorgen dat de drukpers niet gaat roesten. Want, zoals je weet gaan water en ijzer ook niet goed samen.

Maar nu komt het: als vochtwateradditief wordt óók nog een ander additief - een alcohol - toegevoegd. Je zult begrijpen dat het juist deze stof is, waar het binnen de offset om te doen is. Dit is overigens niet de alcohol zoals u en ik die buiten werktijd nuttigen, maar een andere – niet drinkbare – soort: Iso-propylalcohol, of kortweg IPA geheten.

 

IPA is een zeer vluchtige vloeistof met een vlampunt van maar 12°C, wat inhoudt dat deze stof al bij deze temperatuur – in de buurt van een ontstekingsbron – tot ontbranding overgaat. En door zijn lage dampspanning (dus het snel vervluchtigen) is IPA in te hoge concentraties ook nog eens schadelijk voor de werknemers die ermee in aanraking komen.

 

Binnen de RI&E Grafimedia zijn de volgende werkplekken en/of machines (op alfabetische volgorde) aan dit bedrijfsproces toegekend:

 

•        Blikkenspoelmachine

•        Destillatieunit

•        Driesnijder (unit)

•        Droogunit klep

•        Drukunit (offsetrotatie smalbaan)

•        Enveloppenmachine (samengestelde machine)

•        Gomunit / striplockunit

•        Inktmenger/-mixer

•        Inktmengmachine / -carrousel

•        Klepvouw- en aftelunit

•        Makuband

•        Naverbrandingsinstallatie

•        Nietunit (direct na vouwtrechter)

•        Offsetrotatiepers

•        Offsetrotatiepers – kettingformulieren e.d. (smalbaan)

•        Offsetrotatiepers (samengestelde machine)

•        Oplegunit (plano enveloppenmachine)

•        Opname station

•        Portaalkraan

•        Rollenvoorbereding – ontkaftingsstation

•        Rollenvoorbereding – plakstreepmachine

•        Rollenvoorbereding - rollenscanner (streepjescode)

•        Rollenwisselaar (rotatie enveloppen-machine)

•        Rubberdoekenwasinstallatie

•        Transporteur (krantentransportsysteem)

•        Vouw- en zijplakunit

•        Wenteldekken

•        Zijstansunit rotatief