Balansen

Top  Previous  Next

 

 

clip0348

 

Oplosmiddelenbalans

 

 

Elk grafimediabedrijf dat oplosmiddelen gebruikt kan onder het zogenaamde Oplosmiddelenbesluit van april 2001 vallen. Dit besluit is gebaseerd op een EG-richtlijn uit 1999. Het doel van deze richtlijn is de emissie van vluchtige organische stoffen (VOS) bij bepaalde werkzaamheden en installaties te voorkomen of te verminderen door maatregelen en procedures vast te stellen.

In het Oplosmiddelenbesluit zijn voor twintig industriële activiteiten emissie-eisen opgenomen. Voor elke activiteit die binnen het oplosmiddelenbesluit valt is een zogenaamde verbruiksdrempelwaarde vastgesteld. Indien het oplosmiddelenverbruik hoger is dan deze drempelwaarde, dan is het besluit van toepassing. En andersom: bedrijfsprocessen waarbij het oplosmiddelenverbruik lager is dan de drempelwaarde vallen er dus niet onder.

Er worden vier drempelwaarden onderscheiden:

 

Jaarlijks oplosmiddelgebruik < 15 ton per jaar

Bedrijven met een gebruik van < 15 t/j vallen niet onder het oplosmiddelenbesluit of de IPPC- richtlijn. Op deze bedrijven zijn geen maatregelen ter beperking van de VOS emissies van toepassing.

 

Jaarlijks oplosmiddelgebruik 15 tot 25 ton per jaar

Bedrijven met een oplosmiddelgebruik van 15 tot 25 t/j vallen onder het oplosmiddelenbesluit als 'klein' bedrijf en kennen emissiegrenswaarden die iets minder streng zijn dan die voor grotere bedrijven.

 

Jaarlijks oplosmiddelgebruik 25 tot 200 ton per jaar

Bedrijven met een oplosmiddelgebruik > 25 t/j vallen onder het oplosmiddelenbesluit als 'grote bedrijven'.

 

Jaarlijks oplosmiddelgebruik > 200 ton per jaar.

Bedrijven met een oplosmiddelgebruik > 200 t/j vallen èn onder het oplosmiddelenbesluit èn ze zijn zogenaamde IPPC bedrijven. Dit betekent dat in hun milieuvergunning strengere voorwaarden dan volgens het oplosmiddelenbesluit gelden kunnen worden opgenomen.

 

Binnen de grafimedia onderscheiden wij een vijftal bedrijfstypen die direct of indirect met het Oplosmiddelenbesluit te maken hebben: vellen offset (vanwege de IPA), rotatie offset (m.n. heatset vanwege IPA en minerale oliën), zeefdruk (oplosmiddelhoudend), flexo-verpakkings(hoog)druk (oplosmiddelhoudend) en diepdruk (tolueen of ethanol).

 

Laten we eerst even focussen op de offsetdruktechniek. In veel situaties zal een drukkerij al snel voldoende maatregelen hebben genomen om te voldoen aan de eisen vanuit het besluit. Hierbij kan gedacht worden aan het doorlopen van het ARBOcatalogusthema, waarbij het bedrijf aantoonbaar een IPA-reductieplan en boekhouding heeft opgesteld. In de overige gevallen moet een bedrijf maatregelen nemen om aan de eisen van het Oplosmiddelenbesluit te voldoen. Deze situaties vallen direct onder de categorie 'voldoen aan de eisen van het reductieprogramma'. Het reductieprogramma is bedoeld om bedrijven de mogelijkheid te geven om de emissies te beperken door maatregelen aan de bron te nemen (zoals het gebruik van oplosmiddelarme zeefdrukinkten).

Maar de grotere rotatiedrukkerijen waar met (veel) oplosmiddelen gedrukt wordt, zullen wel de nodige aandacht aan het besluit en haar registratieverplichting moeten besteden. Zij zullen, wanneer het bevoegd gezag daarom vraagt, moeten kunnen aantonen of zij wel of niet onder het besluit vallen. Dat kan met een eenvoudige oplosmiddelenboekhouding. Om grafimediabedrijven te helpen bij deze boekhouding, is binnen de digitale RI&E Grafimedia een dergelijke boekhouding ingebouwd.