Inleiding

Top  Next

 

 

Inleiding

 

 

Arbeidsomstandighedenbeleid is binnen de grafimediabranche geen nieuw fenomeen meer. Al sinds 1994 is onze bedrijfstak actief bezig met de vormgeving van haar veiligheid- en gezondheidsbeleid. Bekende voorbeelden zijn TZ Arbo (Terugdringing Ziekteverzuim) uit 1994 en de 8 Groene Arboboekjes van het eerste Arboconvenant Grafische Industrie (1995-1999). En wat dacht u van de digitale Arbo Risico-Inventarisatie en Evaluatie uit het tweede Arboconvenant Grafimedia (2001-2007)?

Nu, anno 2009, kunnen de sociale partners met trots terugkijken op een periode van 15 jaar, waarin op het vlak van Arbeidsomstandigheden veel bereikt is. Deze prestatie is ook alleen maar mogelijk geweest, omdat gedurende deze periode de werkgevers- en werknemersorganisaties in goede harmonie intensief met elkaar hebben samengewerkt. Een mooi voorbeeld van het Nederlandse poldermodel.

 

Maar het bedrijfstakbeleid wordt niet uitgevoerd door de sociale partners uit de branche. Die zijn primair verantwoordelijk voor het met elkaar vaststellen van het beleid. De concrete uitvoering van dit bedrijfstakbeleid ligt natuurlijk met name bij de individuele werkgevers en werknemers. Dus, aan u de schone taak om uw steentje bij te dragen aan een (nog) veiligere en gezondere bedrijfstak. En het is de bedoeling dat u daarbij gebruik maakt van de Arbocatalogus Grafimedia. Maar om op dit niveau van bedrijfstakbeleid te kunnen komen, is er dus wel een lange periode van beleidsfases aan vooraf gegaan. Wat is eigenlijk de historie van het arbeidsomstandighedenbeleid binnen de grafimediabranche?

 

 

De historie van het arbobeleid binnen de grafimedia

 

Zoals gezegd beschikt onze bedrijfstak nu ook over een arbocatalogus, de Arbocatalogus Grafimedia. Hoewel de ontwikkeling van deze catalogus in 2009 is begonnen, werkt de bedrijfstak al langere tijd aan verbetering van de arbeidsomstandigheden van werknemers.

 

 

TZ Arbo en het Handboek Arbo-inventarisatie (1994).

 

Het begin van de jaren negentig kenschetste zich door een hoog ziekteverzuim en onnodige instroom in de WAO. Om dit onhoudbare en onbetaalbare proces te keren, verschoof de verantwoordelijkheid voor de re-integratie van zieke werknemers van de rijksoverheid naar de individuele werkgevers. Op zich een prima mechanisme om het verzuim en de onnodige instroom in de WAO beter te kunnen beheersen. Maar hiervoor moest wel het denkpatroon van een branche (zowel werkgevers als werknemers) worden bijgesteld. Het was tijd voor het nieuwe denken: gezond denken. De Grafimedia was een van de bedrijfstakken die dit aspect op een assertieve wijze benaderde middels haar TZ Arbobeleid.

Een van de acties binnen het TZ Arbobeleid van de bedrijfstak was het inzichtelijker maken van de arbeidsrisico's. Onnodig uitval door bedrijfsongelukken moest als eerste voorkomen worden. En om dit te bereiken werd door het toenmalige KVGO Dienstencentrum een eerste bedrijfstakinventarisatie uitgevoerd naar de veiligheidsaspecten binnen de belangrijkste bedrijfsprocessen: offset en zeefdruk. Het resultaat werd vastgelegd in de gele KVGO-klapper Handboek Arbo-inventarisatie, waarmee bedrijven actief ondersteuning konden vinden in hun veiligheidsbeleid. In wezen beschikte de bedrijfstak al over een soort arbocatalogus, waarin zelfs 'gevaarlijke' machines als de Degelautomaat en de HCA waren opgenomen.

 

clip0114

 De eerste arbo-inventarisatie – uitgevoerd door het Dienstencentrum - van de grafimediabranche vond plaats in 1994 en is vastgelegd in het Handboek Arbo-inventarisatie uit oktober 1994.

 

 

Als vervolg op dit handboek had de Stichting Interne Milieuzorg (kortweg SIMZ) destijds de Arbo Risico-Inventarisatie en Evaluatie (verder) ontwikkeld, waarmee bedrijven onder begeleiding van een SIMZ-adviseur een officiële RI&E konden laten uitvoeren. Later werd de bedrijfstakkennis van de SIMZ direct ingezet in het eerste arboconvenant van onze bedrijfstak: het Arboconvenant Grafische Industrie met zijn bekende 8 Groene Arboboekjes.

 

 

Arboconvenant Grafische Industrie (1995 - 1998)

 

Medio de jaren negentig werd vanuit de sector samenwerking gezocht met de overheid. De overheid oriënteerde zich op dat moment op een aanpak via convenanten, waarin de initiatieven en ideeën van sociale partners binnen de grafimedia goed leken te passen. Dit leidde in juni 1995 tot de ondertekening van een eerste arboconvenant voor de sector: het Arboconvenant Grafische Industrie, ondertekend door de (voorlopers van de) Kon. KVGO, FNV Kiem, CNV Media en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Dit convenant – dat overigens niet behoorde tot de arboconvenanten "nieuwe stijl" – had een looptijd van vier jaar en liep in 1999 af. De doelstelling van dit convenant was om de arbeidsomstandigheden in de grafische industrie te verbeteren, door het arbobeleid duidelijk onderdeel te maken van het integrale bedrijfsbeleid. Het eerste convenant kende een achttal arbothema's, te weten:

 

Arbo- en verzuimbeleid.

Geluid op de werkplek.

Inrichting van gebouwen.

Ergonomie.

Gevaarlijke stoffen.

Machineveiligheid.

Bedrijfshulpverlening.

Re-integratie.

 

Om de bedrijven in de branche praktische handvatten te geven om te komen tot een arbobeleid, werden de bovenstaande thema's door het Dienstencentrum en SIMZ uitgewerkt in de zogenaamde 8 Groene Arboboekjes. Per thema werd een boekje samengesteld. Elk boekje bevatte een praktisch geschreven theoriedeel, een Arbo RI&E-checklist en actielijst (die gezamenlijk een Plan van Aanpak vormden). Door het invullen van deze lijsten en ze te laten toetsen op juistheid, voldeed het bedrijf aan de wettelijke RI&E-verplichting. Het unieke aan deze boekjes was dat deze in samenwerking met de sociale partners, het ministerie van SZW, de Arbeidsinspectie, de arbodiensten en specialisten uit de bedrijfstak zijn ontwikkeld.

 

clip0115

Voorbeeld van een van de 8 Groene Arboboekjes: het boekje over fysieke arbeidsbelasting (ergonomie)

 

 

Naast het verspreiden van de groene boekjes onder alle 3000 (!) bedrijven binnen de

bedrijfstak, werden door het Dienstencentrum regionale workshops georganiseerd waar ruim 800 mensen op af kwamen; zowel werkgevers als werknemers. In de workshops werden themagewijs de groene boekjes besproken, werd dieper ingegaan op achtergrond van de besproken onderwerpen in de vorm van verhelderende voorbeelden uit de praktijk. Ook werd in dit eerste convenant al ervaring opgedaan met het samenwerken met arbodiensten. Met de drie grootste arbodiensten binnen de grafimediabranche, Arbo Unie, Arbo Ned en Achmea Arbo (toen nog Arbogroep GAK geheten).

 

 

Arboconvenant Grafimedia (2001 - 2007)

 

Vanwege het succes van het eerste arboconvenant van onze bedrijfstak, was het te voorspellen dat er een vervolg zou komen. De convenantpartijen waren van mening dat er nog voldoende aanleiding was om te blijven werken aan het verbeteren van de arbeidsomstandigheden binnen de branche. Een preventie en actieve aanpak van het ziekteverzuim, vroegtijdige re-integratie en psychosociale arbeidsbelasting (werkdruk) bleef nog steeds wenselijk voor de sociale partijen.

Ging het eerste convenant meer in op de technische aspecten van arbeidsomstandigheden (zoals geluid en machineveiligheid), zo belichtte dit tweede convenant vooral de reductie van ziekteverzuim en WAO-instroom. Vanwege de vele klachten vanuit de sector over de dienstverlening van arbodiensten, werd het streven naar een nieuwe vorm van op de sector toegesneden arbodienstverlening een prominent onderdeel van de convenantafspraken. Hiervoor werd een Arboinfrastructuur ontwikkeld, waarmee een verbetering in de arbodienstverlening tot stand zou moeten komen. Bekende voorbeelden waren de service level agreements die de sociale partners afsloten met drie Arbodiensten en het ArboPlusconvenant, die met name inging op een verhoging van de WAO-uitstroom. Een ander voorbeeld was het gezamenlijke initiatief rondom het Verzuimsteunpunt Grafimedia.

 

 

clip0116

 

 

 

Verder werd binnen dit convenant dieper ingegaan op twee specifieke arbeidsrisico's, die tijdens het eerste convenant nog onvoldoende belicht waren: oplosmiddelen en werkdruk/RSI.

Het thema  oplosmiddelen is met name vanuit het Ministerie van SZW 'op de agenda' van het convenant gezet. In een CBS-onderzoek was namelijk naar voren gekomen dat oplosmiddelen een belangrijk arbeidsrisico in de grafimedia waren: ongeveer 15.000 werknemers binnen de grafimedia zouden potentieel te maken hebben met kans op blootstelling aan oplosmiddelen. Niet zozeer de omvang in aantal werknemers dat hieraan bloot werd gesteld, maar de ernst van het probleem gaf voldoende aanleiding om dit in het arboconvenant mee te nemen. Overigens waren door de sector – onder meer vanuit de Milieubeleidsovereenkomst Grafische Industrie en Verpakkingsdrukkerijen (kortweg de Milieubeleidsovereenkomst) – al veel langer initiatieven ontplooid om het gebruik van oplosmiddelen terug te dringen. Weliswaar werd het oplosmiddelenprobleem vanuit de milieuhoek aangevlogen, maar in dit geval gaan arbo- en milieuzorg hand in hand.

 

 

 

clip0117

Middels de A4-brochure "Hoe u het gebruik van IPA in de offset kunt verminderen", werd in het kader van de Milieubeleidsovereenkomst in 2000 de bedrijfstakactie gestart, teneinde het IPA-verbruik in de offset te verminderen.

 

 

Het tweede arbeidsrisico dat aandacht vereiste was het onderwerp werkdruk/RSI. De aandacht vanuit het convenant voor het arbeidsrisico werkdruk en RSI is vooral vanuit de vakbonden gestimuleerd. Uit onderzoek van SKB kwam destijds naar voren dat stress een belangrijke veroorzaker van verzuim is. De grafimedia bleek – ten opzichte van de industrie als geheel – op dit onderwerp minder goed te 'scoren', met name op het punt van de relatie met direct leidinggevenden en inspraakmogelijkheden. Wellicht is dit te wijden aan de wat ouderwetse bedrijfscultuur van de grafimedia. Niet zo vreemd, als we beseffen dat de grafische industrie al 500 jaar het alleenrecht had op (geschreven) communicatie. De functie van drukker werd altijd als nobel en edel gezien. Dit bracht in zekere zin een vorm van macht met zich mee, waardoor grafici geneigd waren een hiërarchische positie in te nemen ten opzichte van werknemers. Zoals we weten wordt de grafimedia - anno 2009 - geconfronteerd met een ware ommekeer in denkwijze. Door de introductie van het Internet in 1990 en het maatschappelijk verantwoord denken is de wereld danig gewijzigd.

De tijd is rijp om ook dit laatste aandachtspunt binnen de bedrijfstak bespreekbaar te maken, waardoor de verhoudingen binnen bedrijven beter uitgebalanceerd zijn.

 

Om alle kennis op arbeidsrisico's zo veel mogelijk te kunnen vastleggen, is door de Branche Begeleidings Commissie (kortweg BBC) in het begin van de convenantsperiode (2002) besloten om een nieuwe Arbo RI&E te ontwikkelen. Deze moest een logisch – digitaal - vervolg zijn op de 8 Groene Arboboekjes.

Het Dienstencentrum kreeg in 2002 de opdracht om – als schrijvers van de 8 Groene Arboboekjes – de digitale RI&E te ontwikkelen. In het voorjaar van 2003 kwam de eerste versie op de markt, die twee jaar later al gemoderniseerd werd: de Arbo RI&E Grafimedia 2.

 

clip0118

 

 

 

 

Uit bedrijfstakonderzoek van 2007 is komen vast te staan dat de branche een juiste keuze had gemaakt om de RI&E te digitaliseren: het instrument is ruim 1.500 keer gedownload. Dit is een duidelijk signaal dat arbeidsomstandigheden nog steeds een belangrijk onderwerp is voor werkgevers en werknemers.

 

De sociale partners willen dit positieve beleid voortzetten in een nieuwe vorm van bedrijfstakbeleid: de Arbocatalogus Grafimedia.

 

Wellicht heeft u al eens eerder de term arbocatalogus horen vallen, maar daar niet direct een beeld bij kunnen vormen. Niet zo vreemd, gezien het feit dat deze term nog erg nieuw is. Sinds de laatste jaren wil de rijksoverheid door een effectiever Arbobeleid in ondernemingen de veiligheid en gezondheid verbeteren. Zij wil dit bereiken door de sociale partners van een bedrijfstak de mogelijkheid te bieden om gezamenlijk tot een branchespecifiek beleid te komen. Het is daarna aan de individuele bedrijven om dit bedrijfstakbeleid verder te vertalen binnen de eigen organisatie. Om gezamenlijk tot branchespecifiekere 'veiligheidsafspraken' te komen, is het fenomeen 'Arbocatalogus' door de overheid geïntroduceerd.

Een Arbocatalogus is in wezen niets meer en niets minder dan een 'afspraken- en oplossingenboek', waarin werkgevers en werknemers samen afspraken maken over de wijze waarop zij binnen hun branche invulling geven aan de door de overheid gestelde doelvoorschriften. Bijvoorbeeld via een beschrijving van technieken en methoden, goede praktijken, normen en praktische handleidingen. De verantwoordelijkheid voor het opstellen van de arbocatalogi ligt primair bij de sociale partijen, waarna zij deze ter instemming aan de Arbeidsinspectie dienen voor te leggen.

Binnen onze bedrijfstak hebben we ook bekende voorbeelden van specifieke veiligheidsafspraken op Arbocatalogus-niveau. We hebben het dan over de veiligheidsinstructies voor de degelautomaat en de HCA. Deze speciale veligheidsinstructies waren nodig, omdat de degel en HCA meestal niet de kritische veiligheidstoets vanuit de Arbowet konden doorstaan. Maar omdat deze machines binnen de grafimedia toch te belangrijk zijn om simpelweg af te schrijven, is door de sociale partners besloten om hiervoor speciale veiligheidsinstructies op te stellen. Deze hele specifieke veiligheidsinstructies vormen dus een deel van de Arbocatalogus Grafimedia.

 

clip0119                clip0120

Voorbeelden van Arbocatalogus-afspraken tussen de sociale partners over veiligheid- en gezondheid

 

Nadat werkgevers en werknemers over (delen van) een positief getoetste arbocatalogus beschikken, worden de beleidsregels voor die sector of branche ingetrokken. Per 1 januari 2010 worden alle beleidsregels ingetrokken (bron: www.arbonieuwestijl.nl). Vanaf dat moment gelden voor branches met een eigen arbocatalogus hun eigen afspraken- en oplossingenboek en geldt voor de overige branches (dus zonder arbocatalogus) nog steeds de Arbowet. Het spreekt voor zich dat het hebben van een branchespecifieke arbocatalogus te verkiezen is boven de (veel rigider werkende) Arbowet. Anders zou onze bedrijfstak bijvoorbeeld al snel afscheid moeten nemen van de Degelautomaat en de HCA. Met een catalogus in de hand heb je als bedrijfstak meer vrijheid om een branchespecifieke invulling te geven aan de wet, maar je hebt daarbij natuurlijk ook de taak gekregen om dit op een zo'n verantwoord mogelijke wijze te doen.

 

Het is de bedoeling dat het 'nieuwe' bedrijfstakbeleid op het gebied van veiligheid- en gezondheid vertaald moet worden binnen de individuele bedrijven. Daarbij is het van belang dat bedrijven dit beleid niet (meer) als losstaand aspect moeten zien, maar veel meer als onderdeel van hun bestaande bedrijfsbeleid ten aanzien van gezonde arbeidsomstandigheden, goede gezondheid en optimale inzetbaarheid van werknemers binnen een organisatie. We komen dan in wezen al op het veld van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (kortweg MVO). Het geheel heeft tot doel de concurrentiekracht en de winstgevendheid van de organisatie te verbeteren, zo blijkt uit meerdere wetenschappelijke onderzoeken, onder anderen uit de USA, waar is gebleken dat MVO-georiënteerde bedrijven een beduidend hogere omzetgroei laten zien (ruim 10%) dan andere concurrenten. Reden te meer om als bedrijf actief aan de gang te gaan met een gezond(er) bedrijfsbeleid.

 

Het nieuwe overheidsbeleid is in wezen al in gang gezet tijdens de uitvoering van de zogenaamde Arboconvenanten, die de overheid de afgelopen jaren met bedrijfstakken afsloot. Zo heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) met de grafimedia al twee succesvolle convenanten achter de rug. Daarbij gaf de overheid duidelijk aan dat de grafimediabranche goed op weg is met het concretiseren van haar arbo- en verzuimbeleid. De grafimedia kenschetst zich dan ook als een bedrijfstak waarin werkgevers en werknemers een hoog verantwoordelijkheidsgevoel hebben; niet alleen naar elkaar toe, maar ook naar de maatschappij waarin wij leven.